Wat gebeurt er als het resultaat van het uitstrijkje afwijkend is?

Als er in je uitstrijkje afwijkende cellen worden aangetroffen, zijn er verschillende mogelijkheden.

Lichte afwijking (2 tot 3%)

Vaak ruimt je afweersysteem licht afwijkende cellen op. Ze verdwijnen dan vanzelf uit je lichaam. Dat kan één tot anderhalf jaar duren. Daarom krijg je meestal het advies om na 6 en 12 maanden een vervolguitstrijkje te laten nemen. Je arts controleert dan of de afwijkende cellen zijn verdwenen. Bij zowat 13 op 20 vrouwen met dit resultaat is dat het geval. Als de afwijking niet verdwijnt, word je doorverwezen.

Ernstige afwijking (minder dan 1%)

Je wordt doorverwezen voor bijkomend onderzoek.

De kans dat je baarmoederhalskanker hebt, is nog altijd klein.

Je gynaecoloog onderzoekt je baarmoederhals met een colposcoop. Dat is een soort microscoop waarmee je arts het weefsel van je baarmoederhals kan onderzoeken. Het onderzoek is pijnloos. Soms wordt een klein stukje weefsel (biopt) weggenomen voor verder onderzoek in het labo (biopsie). Meestal gaat het om een voorstadium, dan volstaat het wegnemen van de afwijkende cellen. Dit gebeurt via een kleine ingreep in het ziekenhuis onder lokale of gehele verdoving.

Steeds vaker wordt het uitstrijkje ook op de aanwezigheid van het HPV-virus getest. Zo kan beter worden beoordeeld of verder onderzoek nodig is. Bespreek met je arts de kosten ervan.