Hoe wordt baarmoederhalskanker opgespoord?

Baarmoederhalskanker wordt opgespoord met een uitstrijkje. Het uitstrijkje wordt genomen door je arts en nadien in een laboratorium onderzocht.

Het nemen van een uitstrijkje gebeurt bij je huisarts of gynaecoloog en duurt ongeveer 10 minuten. Wellicht ga je vooraf best even naar het toilet. Met een volle blaas of darm kan een uitstrijkje laten nemen immers wat ongemakkelijk zijn.

Eerst stelt je arts enkele vragen, zoals wanneer je voor het laatst ongesteld was. Natuurlijk mag je ook zelf vragen stellen. Vind je het vervelend om een uitstrijkje te laten nemen? Kom er rond voor uit, zodat je arts er rekening mee kan houden.

Stap voor stap:

  1. Je kleedt je onderaan uit en gaat op de onderzoektafel liggen. Je kunt je benen in de steunen leggen. Geen steunen? Buig dan je knieƫn en spreid je benen een beetje. Zo ontspant je lichaam. Intussen zet je arts alles klaar.
  2. Je arts legt uit wat er gaat gebeuren. Hij of zij gebruikt een speciaal instrument: de eendenbek. Die wordt eerst wat opgewarmd. Dan brengt je arts het instrument voorzichtig in je vagina aan en opent het. Hij of zij kan nu je baarmoedermond zien. Dat is de opening van je baarmoederhals.
  3. Via de eendenbek haalt je arts met een borsteltje wat cellen uit de hals van je baarmoeder. Die cellen gaan in een potje of glaasje. Je arts doet de eendenbek nu weer dicht en verwijdert hem.
  4. Het onderzoek is klaar. Je mag opstaan en je weer aankleden. Soms komt er wat bloed uit je vagina. Niets om je zorgen over te maken.
  5. Je arts stopt het potje of glaasje met de cellen in een plastic zakje, samen met een formulier. Klaar voor verzending naar het labo.

Een uitstrijkje laten nemen is meestal pijnloos. Sommige vrouwen vinden het wel onaangenaam.